MercerNieuws Pensioenfondsen Maart 2026
05 maart 2026
Voor u ligt onze periodieke nieuwsbrief MercerNieuws Pensioenfondsen.
Met vriendelijke groet,
Hanneke Hofmans
Business Leader Pensioenfondsen
Column: De grote Wtp-quiz
Door: Marc Heemskerk
Communicatie over het nieuwe pensioenstelsel is niet eenvoudig. De afgelopen jaren is daarbij ook gebleken dat er niet één waarheid is over het nieuwe stelsel. De Wtp is alweer 2,5 jaar van kracht; er zijn ondertussen dertig pensioenfondsen en daarmee bijna tien miljoen deelnemers overgegaan op de nieuwe spelregels.
Maar nog altijd proberen voor- en tegenstanders van de wet elkaar te overtuigen. Een heilloze missie. De oneindige stortvloed aan argumenten van de ene partij is doorgaans niet aan de andere partij besteed.
Ik heb daarom een eenvoudige enquête gemaakt waarmee u zelf kunt bepalen welke partij úw waarheid vertelt. Meer dan een minuut kost het niet, probeert u het maar eens.
Na overgang op de Wtp geldt:
- De totale reservering voor pensioen:
S. neemt af
A. blijft gelijk
D. neemt toe - Het opgebouwde pensioen wordt:
A. minder zeker in de opbouwfase, in de uitkeringsfase blijft de kortingskans zeer klein
P. voor iedereen onzekerder vanwege de toegenomen beleggingsrisico’s
G. voor iedereen zekerder, het nieuwe stelsel geeft een verbetering op alle punten - De kans op verhoging van pensioen:
R. verbetert voor eenieder, want er wordt meer beleggingsrisico genomen
V. verslechtert aanzienlijk, de voorheen gebruikelijke toeslagverlening en het recht op inhaalindexatie vervallen immers
G. blijft op hoofdlijnen gelijk, omdat de toeslag uit beleggingsrendement gefinancierd blijft, meer beleggingsrisico kan een wat hoger pensioen opleveren
Gelukt binnen de minuut?
Dan kan ik u nu aangeven bij wie u moet aankloppen voor meer informatie over de Wtp.
Heeft u de combinatie DGR? Nee, het staat niet voor dekkingsgraad maar voor twee schrijvende broers, De Gebroeders Grimm. Ik kan u van harte het boek aanbevelen dat ik in mijn jeugd heb verslonden; “De mooiste sprookjes van de Gebroeders Grimm”. De gebroeders schreven vele sprookjes en hopelijk zit er voor u ook nog wat luchtige pensioenliteratuur bij. De sprookjes eindigden steevast met “en ze leefden nog lang en gelukkig”. Niet best voor het langlevenrisico, maar ook dat wordt in sprookjes vast wel opgelost.
Misschien heeft u SPV bij elkaar verzameld? Dan zit er niets anders op dan € 18,50 uit te geven van uw schamele pensioen dat nog resteert na de Wtp overgang. U moet namelijk lid worden van de Stichting Pensioenvoldoen. Zij zullen dan vol overgave voor u strijden voor het geld dat verloren is gegaan bij de transitie, uw gemiste indexaties en het onrecht dat u is aangedaan door de overgang. Luistert u vooral niet naar actuarissen voor uw pensioeninformatie.
Heeft u AAG bij elkaar verzameld? Dit staat voor Actuaris van het Actuarieel Genootschap. Helemaal goed. Misschien is een functie als pensioenbestuurder iets voor u, of actuaris? De actuaris kan u vertellen dat bij overgang de totale pensioenpot van zo’n € 1.600 miljard behouden blijft, de solidariteitsreserve (of risicodelingsreserve) de pensioengerechtigden effectief beschermt tegen jaarlijkse verlagingen en dat het huidige stelsel ook geen onvoorwaardelijke toeslag kon beloven en al helemaal niet kon waarmaken.
Misschien komt u op een hele andere combinatie uit. Er zijn natuurlijk 27 mogelijkheden en mijn column heeft een maximum aantal woorden. Als uw combinatie niet is genoemd, moet u zelf kiezen. Nog een tip voor hen die SAR bij elkaar hebben gesprokkeld: U heeft aanleg om mensen boos te maken, dus houdt een warm Wtp-betoog bij de Stichting Pensioenvoldoen of leg de pensioenbestuurders de Wtp-diefstal maar eens uit. Succes!
Klachten en geschillen bij pensioenfondsen
Door: Bülent Çobanoglu
Voordat de Wet toekomst pensioenen (Wtp) werd ingevoerd, waren er binnen de pensioenfondsensector grote verschillen met betrekking tot hoe pensioenfondsen omgaan met klachten. Dit behoort nu tot het verleden. Sinds de inwerkingtreding van de Wtp, 1 juli 2023, is in de Pensioenwet geregeld dat een pensioenfonds over een adequate klachten- en geschillenprocedure moet beschikken die voor een belanghebbende eenvoudig toegankelijk is. De definitie van klacht, geschil, klachtenprocedure, administratie en de termijnen waarbinnen de klacht moet worden behandeld zijn nu in de wet opgenomen.
Daarnaast moeten pensioenfondsen voldoen aan de eisen die in de Code Pensioenfondsen zijn gesteld en de Gedragslijn ‘Goed omgaan met klachten’ van de Pensioenfederatie. De Pensioenfederatie onderzoekt de naleving van de eigen gedragslijn en publiceert de uitkomsten van dit onderzoek. Ook moeten pensioenfondsen zich aansluiten bij de externe geschilleninstantie: Geschilleninstantie pensioenfondsen (GIP).
Het uitgangspunt is dat een pensioenfonds een eigen interne klachtenprocedure moet hebben. Binnen de regels zijn pensioenfondsen vrij om invulling te geven aan de interne klachtenprocedure, bijvoorbeeld een interne beroepsprocedure met afhandeling van de klacht eerst door de administrateur / bestuursbureau en vervolgens door het bestuur, klachtencommissie of commissie van beroep, e.d.
Hoewel een pensioenfonds een klacht binnen een redelijke termijn moet afhandelen, zijn er wel strikte regels over de termijnen waar het pensioenfonds rekening mee moet houden. Het pensioenfonds moet binnen twee weken een ontvangstbevestiging sturen en mag de afhandeling van de klacht uitsluitend verlengen als aanvullende informatie van de klager nodig is. Bovendien kan de klager als een pensioenfonds de klacht niet tijdig heeft afgehandeld - dat is wettelijk twaalf weken na het indienen van de klacht – de klacht / het geschil rechtstreeks voorleggen aan de GIP. Klager kan ook beroep doen op de Burgerlijke rechter. Daarom is het belangrijk de klacht binnen twaalf weken af te handelen en over een uitstekende interne klachtenprocedure te beschikken.
Het belang is groot omdat de AFM hier streng toezicht houdt en een pensioenfonds in het jaarverslag een uitvoerig klachtenoverzicht en de tevredenheid over de afhandeling van de klachten moet opnemen.
Mercer kan uw pensioenfonds ondersteunen bij:
- het opzetten / wijzigen van de interne klachtenprocedure;
- de behandeling van de klachten over de uitvoering van het pensioenreglement, waaronder deelname aan een klachtencommissie;
- andere klachten zoals de klachten over het besluit tot invaren, pensioenberekeningen en werkgevers;
- second opinion op de bovengenoemde zaken.
Wilt u meer informatie hierover dan kunt u contact opnemen met Bülent Çobanoglu via: bulent.cobanoglu@mercer.com.
Pensioenfondsen hoeven geen inzage te geven in pensioenberekeningen
Door: Bülent Çobanoglu
Valt een pensioenberekening onder persoonsgegevens, zodat er op grond van de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG) recht bestaat op inzage daarvan?
Deze vraag is recent bij verschillende rechtbanken voorgelegd door pensioendeelnemers, met name op basis van modelbrieven en verzoekschriften die door één of meerdere belangenorganisaties zoals De Stichting Pensioenbehoud en Cultuur onder Vuur, onder hun achterban zijn verspreid.
Betrokkenen vragen pensioenfondsen om hun persoonsgegevens te delen, waaronder alle berekeningen voor het vaststellen van de pensioenuitkering. Dit verzoek houdt uiteraard verband met het invaren van pensioenfondsen. Zij baseren dit verzoek op artikel 15 van de AVG.
Een persoonsgegeven is informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijk persoon. Dit betekent dat de informatie ofwel direct over iemand gaat, ofwel naar de persoon te herleiden is. Een pensioenberekening is geen persoonsgegeven, maar een bepaalde methodiek om een pensioenaanspraak te kunnen berekenen. De rekenkundige formule, en daarmee dus ook de berekening zelf, is niet herleidbaar tot een natuurlijk persoon en daardoor geen persoonsgegeven. Pensioenfondsen hoeven hier dus bij een AVG-verzoek geen inzage in te geven.
Voor alle betrokkenen geldt dat pensioenaanspraken- en rechten niet ontstaan uit de door het pensioenfonds verstrekte informatie, maar op basis van het pensioenreglement.
Deelnemers die de verzoekschriftprocedures startten worden ook veroordeeld tot het betalen van proceskosten. Mocht uw pensioenfonds via rechtbanken nog AVG-verzoekschriftprocedures ontvangen dan is het te overwegen om contact op te nemen met deze deelnemers. Er is gebleken dat een aantal deelnemers niet op de hoogte is van de mogelijkheid van een veroordeling in proceskosten. Het intrekken van een verzoekschrift kan zo’n veroordeling in proceskosten voorkomen.
Uitbreiding overgangsrecht premievrije voortzetting bij gesloten pensioenfonds
Door: Bülent Çobanoglu
Het wetsvoorstel toezeggingen Wtp was in het najaar van 2025 aan de Raad van State voorgelegd voor advies. Dit wetsvoorstel heeft trouwens deze naam gekregen omdat het is toegezegd door het vorige kabinet tijdens de behandeling van de Wtp in de Eerste Kamer.
Eén van de toezeggingen is de uitbreiding van het overgangsrecht premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid. Onlangs heeft de Raad van State dit voorstel zonder wijzigingen goedgekeurd, en nu ligt het bij de Tweede Kamer. Als na de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer instemt, dan treedt de wet in werking. De verwachte ingangsdatum is 1 januari 2027, en mogelijk geldt het ook met terugwerkende kracht. Of dit ook gehaald kan worden, is natuurlijk afhankelijk van de parlementaire behandeling van de wet.
Het gaat om een uitbreiding van het overgangsrecht voor premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid, zowel voor gesloten pensioenfondsen (artikel 220h PW) als voor verzekeraars (artikel 220ha PW). In deze MercerNieuws Pensioenfondsen informeren wij u alleen over de uitbreiding van het overgangsrecht voor gesloten pensioenfondsen.
Het huidige overgangsrecht
Op dit moment bestaat in de Pensioenwet een overgangsrecht voor de bestaande premievrijstelling bij arbeidsongeschikt voor gesloten pensioenfondsen waarbij de werkgever niet meer bestaat. De reden van dit overgangsrecht is dat in een gesloten pensioenfonds nog sprake kan zijn van (nieuwe) opbouw van pensioenaanspraken, namelijk als er recht bestaat op premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. In die situatie kan de opbouw van aanspraken worden voortgezet zolang het recht bestaat op premievrije voortzetting voor de deelnemer. Het recht op premievrije voortzetting moet wel zijn ontstaan vóór 1 juli 2023.
Uitbreiding overgangsrecht in het wetsvoorstel
Door het overgangsrecht te beperken tot gesloten pensioenfondsen zonder werkgever, komen alle gesloten pensioenfondsen met werkgever niet in aanmerking voor het overgangsrecht. Dat is niet de bedoeling. Er mag geen onderscheid gemaakt worden in gesloten fondsen met of zonder werkgever. Dit wordt met het wetsvoorstel aangepast. De aanpassingen betreffen:
- De voorwaarde dat het pensioenfonds gesloten moet zijn voor 1 juli 2023 is aangepast naar uiterlijk voor het einde van de transitietermijn (1 januari 2028).
- Voor deelnemers die ziek zijn geworden onder het oude stelsel (in de beëindigde pensioenregeling), maar op een later moment, na afloop van een wachttijdperiode, arbeidsongeschikt worden, is premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid onder het oude stelsel mogelijk. De huidige voorwaarde dat het recht op premievrije voortzetting moet zijn ontstaan vóór 1 juli 2023 geldt dus niet meer.
- Voor een APF geldt dat de mogelijkheid wordt toegepast per collectiviteitkring.
- Het overgangsrecht is niet van toepassing als het pensioenfonds (ook APF) collectieve waardeoverdracht (invaren) doet. Als voor de collectieve waardeoverdracht wordt gekozen, dan wordt de pensioenregeling namelijk gewijzigd en worden alle aanspraken en rechten omgezet in de Wtp-pensioenregeling, ook die van de deelnemers met het recht op premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid. Dat is ook logisch want als de pensioenregeling wel wordt gewijzigd, kunnen arbeidsongeschikte deelnemers niet in de oude pensioenregeling blijven, terwijl de overige deelnemers wel overgaan.
- Tot slot wordt geregeld dat in het geval van collectieve waardeoverdracht naar een andere pensioenuitvoerder, die plaatsvindt na de transitieperiode en waarbij het pensioenfonds al dan niet liquideert, de pensioenregeling voor de deelnemers met premievrije voortzetting kan worden voortgezet bij de nieuwe pensioenuitvoerder. Dat geldt ook voor een APF waarbij een collectieve waardeoverdracht plaatsvindt naar een andere collectiviteitkring.
Update: Wetsvoorstel bedrag ineens in de Eerste Kamer
Door: Bülent Çobanoglu
In de vorige MercerNieuws Pensioenfondsen, editie januari 2026, hebben wij jullie geïnformeerd dat de ingangsdatum van ‘het bedrag ineens’ opnieuw uitgesteld is naar 1 juli 2026.
Ondertussen bevestigde de toenmalige minister in februari dat 1 juli 2026 niet meer haalbaar is. De minister vond dat het komende kabinet met een nieuwe datum moet komen. De Tweede Kamer had de wet al in oktober 2024 aangenomen. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer en als de Eerste Kamer instemt dan kan de Wet bedrag ineens inwerkingtreden. Maar, de Eerste Kamerleden hebben aangegeven dat ze dit wetsvoorstel pas in behandeling willen nemen als de Tweede Kamer duidelijkheid kan bieden over het moment van inwerkingtreding. De wens van de Eerste Kamer is dat de nieuwe minister kiest ‘voor uitstel tot na de transitie’. Overigens, het uitstel van dit wetsvoorstel kost jaarlijks € 26 miljoen.
Plannen nieuw kabinet inzake aftoppingsgrens en AOW
Door: Bülent Çobanoglu
Volgens het coalitieakkoord blijft de bovengrens voor belastingvrije pensioenopbouw tot 2033 op €137.800. Sinds 2015 geldt een maximum inkomen voor belastingvrije pensioenopbouw. Tot 2024 ging dat maximum jaarlijks omhoog, gekoppeld aan de stijging van de contractlonen. Vanaf 2024 is de aftoppingsgrens bevroren op €137.800 en dat blijft dus ongewijzigd tot 2033. Volgens een berekening levert dit in het komend jaar voor de overheid € 95 miljoen op en dit bedrag stijgt jaarlijks tot € 665 miljoen in 2032.
Ook gaat de AOW-leeftijd één-op-één meestijgen met de levensverwachting. Door de AOW-leeftijd sneller te laten stijgen, kan het kabinet vanaf 2060 naar verwachting € 2,8 miljard per jaar besparen.
Op 25 februari 2026 tijdens het Kamerdebat over de regeringsverklaring van het nieuwe kabinet is toegezegd dat opnieuw zal worden gekeken naar de voorgenomen versnelde verhoging van de AOW-leeftijd.
Compensatie Wtp kan ook voor vrijwillige voortzetters
Door: Bülent Çobanoglu
Diverse pensioenuitvoerders liepen tegen onzekerheid aan over de vraag of vrijwillige voortzetters recht hebben op compensatie na het afschaffen van de doorsneesystematiek als gevolg van de invoering van de Wtp.
In de Pensioenwet is vastgelegd dat een werknemer recht heeft op compensatie in de vorm van het toekennen van extra pensioenaanspraken. Een vrijwillige voortzetter is geen werknemer omdat hij al uit dienst is, waardoor de nadere voorwaarden niet direct gelden voor vrijwillige voortzetters.
Op grond van de Pensioenwet, kan een pensioenuitvoerder voor de deelnemer die een gewezen deelnemer wordt, vrijwillige voortzetting van de pensioenregeling aanbieden. Een vrijwillige voortzetter is dus een gewezen (werknemer /) deelnemer die de pensioenregeling zelf vrijwillig voortzet. Vrijwillige voortzetters zijn volgens de Pensioenwet deelnemers. Dit betekent dat compensatie ook kan gelden voor vrijwillige voortzetters. Compensatie kan dus worden toegekend aan vrijwillige voortzetters, de Pensioenwet sluit dit niet uit, maar verplicht het ook niet.
Geschilleninstantie Pensioenfondsen acht zich niet bevoegd bij invaarbezwaar
Door: Bülent Çobanoglu
De Geschilleninstantie Pensioenfondsen heeft zich niet bevoegd verklaard in een zaak waarbij een loods die pensioen opbouwt bij Beroepspensioenfonds Loodsen, bezwaar maakte tegen invaren van zijn pensioenaanspraken. De loods kon niet aantonen dat dit zijn individueel belang schaadde.
Hij is van mening dat invaren zonder individuele toestemming niet kan. Bovendien was de communicatie over invaren volgens hem niet voldoende. Hij wil het invaren terugdraaien. Het pensioenfonds wijst het verzoek van terugdraaien van invaren af en stelt dat er meermalen voldoende is gecommuniceerd.
Aan de basis van het geschil ligt het besluit van het bestuur van het pensioenfonds om in te varen. Dat is duidelijk een besluit met algemene strekking en de Geschilleninstantie zou niet bevoegd zijn om over dit geschil te oordelen. Om de Geschilleninstantie bevoegd te laten zijn in een geschil over uitvoering van een besluit met algemene strekking is nodig dat degene die bezwaar maakt met feiten aantoont dat dit invaarbesluit zijn individueel belang schaadt.
Zie ook: Uitspraak in geschil 859 | GIP.
DNB deelt lessen uit invaarbeoordelingen Wtp-transitie
Door: Bülent Çobanoglu
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft het rapport over Toezicht pensioentransitie 2026 gepubliceerd waarin zij haar rol tijdens de pensioentransitie uiteenzet, een toelichting geeft op de uitgevoerde activiteiten en de belangrijkste observaties en bevindingen van de beoordelingen presenteert.
DNB moedigt pensioenfondsen die nog moeten invaren aan om te leren van de ervaringen van pensioenfondsen die al ingevaren zijn. Bij de beoordeling van de invaarmeldingen komt DNB met regelmaat tot vergelijkbare observaties en bevindingen. Relevante observaties en bevindingen zijn financiële effecten, transitie-instrumenten, onderbouwing en beheersing van operationele risico’s.
Rapport: De toekomst van private markets
In de huidige beleggingswereld zien we steeds meer risico’s, zoals de invloed van Artificial Intelligence (AI). Veel beleggers maken zich vooral zorgen over geopolitieke ontwikkelingen en veranderende regelgeving. Dit benadrukt het belang van diversificatie. Maar wat betekent diversificatie vandaag de dag nog? Is de traditionele manier van spreiden nog wel voldoende in een tijd waarin megatrends zoals AI en decentralisatie alle sectoren en regio’s raken?
In ons rapport ‘Rumors of my demise have been greatly exaggerated: The future of private markets’ leggen we uit waarom een holistische totaalportefeuille-aanpak onmisbaar is. Download het rapport hier.
Business Leader Pensioenfondsen