MercerNieuws Pensioenfondsen Januari 2026
12 januari 2026
Voor u ligt onze periodieke nieuwsbrief MercerNieuws Pensioenfondsen.
Met deze nieuwsbrief houden wij u op de hoogte van pensioenactualiteiten, ontwikkelingen in pensioenland en onze dienstverlening aan pensioenfondsen daaromtrent. De nieuwsbrief bevat korte berichten over de ontwikkelingen rondom de Wet toekomst pensioenen, juridische updates en actuariële en beleggingen-gerelateerde onderwerpen. Uiteraard lichten wij deze nieuwsbrief ook graag nader aan u toe, bijvoorbeeld tijdens uw bestuursvergaderingen.
Met vriendelijke groet,
Hanneke Hofmans
Business Leader Pensioenfondsen
Column: Blijven uw deelnemers bij uw pensioenfonds?
Door: Marc Heemskerk
Met de introductie van de Wtp zijn de verschillen tussen pensioenfondsen afgenomen. Solidariteitselementen zijn afgenomen, ondanks het feit dat de meeste Nederlanders in de solidaire premieregeling belanden. Ook het beleggingsbeleid wordt uniformer. Pensioenfondsen worden dus meer vergelijkbaar. Dit roept bij voorstanders van keuzevrijheid de vraag op of we nu eindelijk ook ons eigen pensioenfonds mogen kiezen, in plaats van de verplichte winkelnering via de arbeidsrelatie.
Vooropgesteld: Voor mij hoeft die keuzevrijheid niet. Mijn verzekeringen voor ziektekosten en mijn energiecontract staan al jaren bij dezelfde partij, met destijds – en hopelijk nog steeds – de beste prijs/kwaliteitverhouding. Nog meer keuzestress kan ik niet gebruiken.
Maar misschien zijn uw deelnemers fervent overstappers en is de verplichte pensioenaansluiting bij uw fonds hen een doorn in het oog. Misschien zijn zij ontevreden over één of meerdere aspecten van uw pensioenfonds en is het gras groener bij een ander pensioenfonds. Laten we daarom eens kijken wat de consequenties zijn van een vrije keuze voor pensioenfonds.
Vaak wordt op de uitvoeringstechnische complicaties gewezen. Maar onder een DC-regeling lijkt dit niet meer zo’n grote hobbel. Of de premie nu gestort wordt bij pensioenfonds A of B maakt niet zoveel uit. Zo werkt het ook voor de ziektekostenverzekering en voor de levering van gas en elektriciteit.
De grootste complicatie zit in de levensverwachting. Mensen met een hoog inkomen leven gemiddeld genomen ruim vijf jaar langer dan mensen met een laag inkomen. Bij een vrije keus kunnen de pensioenfondsen met dure, langlevende hooggesalarieerden hun deuren wel sluiten, ten gunste van de fondsen met goedkopere laaggesalarieerden. In 2010 berekende ik ten behoeve van De Volkskrant onder de kop “Vuilnisman betaalt hoogleraar” het verschil in pensioenkostprijs op 20%. Beiden zitten bij het ABP, waarmee de hoogleraar blijer kan zijn dan de vuilnisman.
Anno nu is het relevanter om beroepsgroepen te vergelijken die bij verschillende fondsen zitten. Laat ik u dan verblijden met het weetje dat op basis van levensverwachting het pensioen van een vrachtwagenchauffeur 17% goedkoper is dan dat van een medisch specialist. Ze hebben nu allebei een eigen sectorfonds. Bij keuzevrijheid zal de medisch specialist op basis van de kostprijs overstappen naar Pensioenfonds Vervoer. Pensioen wordt bij dit fonds vervolgens wel duurder: De vrachtwagenchauffeur gaat meer betalen, de medisch specialist minder. De prijs van keuzevrijheid zal de voorstander van keuzevrijheid zeggen, maar voor mij is dit een te zwaar offer. Bij het beperken van de solidariteit onder de Wtp lijkt een nieuw te introduceren omgekeerde inkomenssolidariteit mij niet wenselijk.
Alles dan maar gewoon bij het oude laten, zonder keuzevrijheid? Niet helemaal, wat mij betreft.
De handhaving van de verplichtstelling voor deelnemers betekent niet dat pensioenfondsen helemaal vrij spel moeten hebben, omdat hun deelnemers toch wel blijven. De slag moet worden gemaakt van verantwoording en publicatie (nu) naar afrekenbaarheid (straks). En als er echt sprake is van negatieve beleidsgevolgen voor de deelnemer, moet uittreden bij een fonds wel mogelijk zijn.
Op één onderdeel is dit nu al collectief geregeld. Bedrijfstakpensioenfondsen hebben de verplichting tot publicatie van de zogenoemde z-score. Als het beleggingsrendement onvoldoende is, kunnen werkgevers op basis van deze score uittreden. Dit zou uitgebreid kunnen worden naar individuele werknemers. En naar meerdere gronden, naast beleggingsrendement. Zo zouden hoge uitvoeringskosten of een bovengemiddeld klachtenpatroon uittredingsgronden voor de deelnemer kunnen zijn. Of misschien zelfs die kostbare omgekeerde solidariteit van de vuilnisman met de hoogleraar, waardoor de vuilnisman mag uittreden?
Tot een massale uittocht zal het niet leiden, is mijn verwachting. Het blijft toch over het weinig boeiende onderwerp pensioen gaan. En wie uit een fonds stapt, moet toch elders onderdak vinden. Maar toch... meer keuzevrijheid bij aantoonbare motivatie zou een kleine verbetering van ons mooie pensioenstelsel kunnen zijn.
Kerncijfers Pensioenen 2026
Door: Bülent Çobanoglu
Onderstaand zijn de voorlopige bedragen vermeld voor de tot 1 juli 2023 bestaande pensioenregelingen die onder het overgangsrecht vallen (AOW-bedragen, het maximum pensioengevend salaris, de ANW-uitkering en de WIA-loongrens). Om de voorlopige bedragen van de pensioenregelingen die voldoen aan het nieuwe fiscale pensioenkader van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) te kunnen zien, kunt u hierop klikken:
Voor alle voorlopige bedragen geldt uitdrukkelijk het voorbehoud van de definitieve vaststelling op basis van wet- en regelgeving.
De hierna opgenomen bedragen gelden voor de tot 1 juli 2023 bestaande pensioenregelingen waarop het overgangsrecht van toepassing is:
| 2026 | 2025 | |
| AOW gehuwd inclusief vakantietoeslag | 14.378,64 | 13.856,16 |
| AOW ongehuwd inclusief vakantietoeslag | 20.929,44 | 20.200,56 |
| AOW franchise middelloon (100/75) | 19.172 | 18.475 |
| AOW franchise middelloon (100/70:pré Witteveen) | 20.541 | 19.795 |
| AOW franchise eindloon (100/66,28) | 21.694 | 20.906 |
| Overige bedragen: | ||
| Maximum pensioengevend salaris | 137.800 | 137.800 |
| ANW-uitkering | 21.298,80 | 20.354,64 |
| WIA-loongrens | 79.409 | 75.864 |
AOW-leeftijden komende jaren:
| Jaar | AOW-leeftijd |
| 2026 | 67 jaar |
| 2027 | 67 jaar |
| 2028 | 67 jaar en 3 maanden |
| 2029 | 67 jaar en 3 maanden |
| 2030 | 67 jaar en 3 maanden |
Voorlopig geen btw op pensioenpremie
Door: Bülent Çobanoglu
In het najaar van 2025 oordeelde het Hof Arnhem-Leeuwarden in twee zaken dat pensioenfondsen over de hele pensioenpremie btw moeten innen bij werkgevers en afdragen aan de fiscus. Dat arrest deed veel stof opwaaien en is voor werkgevers in veel sectoren – onderwijs, zorg, kinderopvang, banken en verzekeraars – niet gunstig.
Op 11 november 2025 heeft de staatssecretaris van Financiën kenbaar gemaakt dat hij de uitspraken van het Hof Arnhem-Leeuwarden niet overneemt als uitgangspunt voor de belastbaarheid van pensioenpremies. De voornaamste reden is dat de staatssecretaris van Financiën wil wachten op de uitslag van de Hoge Raad in een soortgelijke zaak van het Hof Amsterdam uit 2023. Het Hof Amsterdam oordeelde juist tegenovergesteld aan Arnhem-Leeuwarden. Hof Amsterdam vond dat het pensioenfonds wel verzekeringshandelingen verricht en dus niet btw-plichtig was. De Hoge Raad zal nu de knoop moeten doorhakken.
De uitspraken van het Hof hadden overigens alleen betrekking op het oude pensioenstelsel. In het nieuwe pensioenstelsel is de vrijstelling van btw opgenomen in de wet. Pensioenfondsen kunnen daarover rechtstreeks mailen naar het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de Belastingdienst. Een dergelijk verzoek kan een pensioenfonds uiteraard ook bij de eigen inspecteur indienen. Het is een belangrijke mogelijkheid voor pensioenfondsen omdat een dergelijke beschikking fiscale risico’s kan uitsluiten.
Eerbiedigende werking nettopensioenregeling vervalt
Door: Bülent Çobanoglu
In de Wtp en de Wet inkomstenbelasting 2001 is een overgangsrecht opgenomen voor de nettopensioenregeling. Dit overgangsrecht moet na afloop van de transitieperiode, dus per 1 januari 2028, vervallen. De reden is dat er in de Wtp abusievelijk voor dit overgangsrecht geen einddatum is opgenomen.
Het overgangsrecht van de nettopensioenregeling is opgenomen in artikel 10a.27 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001. Dit artikel vervalt dus per 1 januari 2028. Dit artikel bepaalt dat voor de nettopensioenregeling met een progressieve premiestaffel die al bestond voor 1 juli 2023 de fiscale regels vanaf 1 juli 2023 niet gelden. Onder de nieuwe fiscale regels mag de premie per leeftijdscohort van de premiestaffel het fiscale maximum van 30% niet overschrijden, maar onder de eerbiedigende werking bestaat deze begrenzing dus niet.
Op grond van artikel 17 lid 4 Pensioenwet is overigens voor vrijwillige pensioenregelingen, waaronder een nettopensioenregeling, een progressieve premiestaffel nog steeds mogelijk, ook vanaf 1 januari 2028. De toetsing vindt dan wel plaats tegen de nieuwe fiscale regels, dus het fiscale maximum van 30% van de pensioengrondslag.
Fiscaal belasten van persoonlijk pensioenadvies
Door: Bülent Çobanoglu
Met de inwerkingtreding van de Wtp is een verplichte keuzebegeleiding geïntroduceerd. Pensioenuitvoerders zijn verplicht om werknemers te begeleiden bij het maken van een keuze binnen de pensioenregeling door middel van een (digitale) keuzeomgeving. De verplichte keuzebegeleiding is een open norm, maar het is niet zo dat deze keuzebegeleiding ook een verplichting bevat om persoonlijk individueel (financieel) advies te geven. Ook de werkgever heeft geen plicht tot adviseren, maar heeft op basis van goed werkgeverschap een zorgplicht als het gaat om pensioen.
De nieuwe open norm van keuzebegeleiding zit als het ware tussen informeren en adviseren in. Adviseren gaat net een stapje verder. Er is voor de pensioenuitvoerder op grond van de Pensioenwet geen plicht tot adviseren, maar de Pensioenwet verbiedt dit niet. Een pensioenuitvoerder mag adviseren over keuzes die voortvloeien uit de pensioenregeling zelf of de pensioenregelgeving maar mag geen product-gerelateerd advies (zogeheten WFT-advies) geven. De werkgever is op basis van goed werkgeverschap gehouden de werknemer te begeleiden bij de keuzes in de aan hem toegekende pensioenregeling. In de praktijk zal een werkgever vaak niet zelf de keuzebegeleiding aanbieden, maar zal de pensioenuitvoerder deze taak op zich nemen.
Wanneer de werkgever een financieel adviseur, in aanvulling op de verplichte keuzebegeleiding, vraagt om de werknemer persoonlijk te adviseren is sprake van een persoonlijk pensioenadvies. Dit persoonlijk pensioenadvies levert werknemers een ‘voordeel’ op. De werkgever neemt immers in deze situatie privéuitgaven van de werknemer voor zijn rekening. Fiscaal gezien kwalificeert dit persoonlijke advies als belast loon (in natura), omdat dit voordeel voortvloeit uit de dienstbetrekking. De kosten die gepaard gaan met keuzebegeleiding zoals verplicht wordt voorgeschreven in de Pensioenwet, vormen geen ‘voordeel’ voor de werknemer.
Wetsvoorstel bedrag ineens weer uitgesteld
Door: Bülent Çobanoglu
De regering heeft de ingangsdatum van ‘het bedrag ineens’ opnieuw uitgesteld naar 1 juli 2026. De reden is dat het belangrijk is dat deelnemers goed worden begeleid bij het maken van de keuze voor het bedrag ineens en de gevolgen van combinaties van overige keuzes in de pensioenregeling. Pensioenuitvoerders hebben daarnaast voldoende tijd nodig om de wet te implementeren.
Wetsvoorstel toezeggingen Wtp naar Raad van State
Door: Bülent Çobanoglu
Op 14 november 2025 is het Wetsvoorstel toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen naar de Raad van State gegaan voor advies. Daarna volgt behandeling in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel wijzigt onder andere enkele zaken in de Pensioenwet op het gebied van het nabestaandenpensioen en de pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid.
Voor het nabestaandenpensioen geldt dat er één definitie is opgenomen die bepaalt wanneer iemand een kind is met recht op wezenpensioen. Dit is vooral van belang voor stief- of pleegkinderen of kinderen uit samengestelde gezinnen. Daarnaast wordt de verlengde vrijwillige voortzetting van de risicodekking voor het partnerpensioen ook voor het wezenpensioen mogelijk gemaakt. In de Wtp is vastgelegd dat na beëindiging van het dienstverband, of bij het ontvangen van een WW of een Ziektewet-uitkering, er nog maximaal zes maanden sprake is van dekking voor het wezenpensioen. De wet wordt nu gewijzigd zodat mensen deze dekking ook daarna vrijwillig nog langer kunnen voortzetten voor eigen rekening (uit het persoonlijk pensioenvermogen). Dit was dus al mogelijk voor het partnerpensioen.
Naast deze aanpassingen worden met het wetsvoorstel ook enkele knelpunten opgelost in het overgangsrecht voor pensioenopbouw tijdens arbeidsongeschiktheid bij verzekeraars en gesloten fondsen waarvan de werkgever niet meer bestond. In geval van arbeidsongeschiktheid wordt er vaak nog wel ouderdomspensioen opgebouwd over het deel dat een persoon arbeidsongeschikt is. Dit gebeurt zonder dat premie wordt ingelegd. In de Wtp was overgangsrecht opgenomen voor verzekeraars en gesloten fondsen waarvan de werkgever niet meer bestond. Op die manier verandert er niks voor arbeidsongeschikten die al van deze regeling gebruik maken. In de uitvoering zijn echter enkele knelpunten aan het licht gekomen. Die worden nu opgelost met een verruiming van het overgangsrecht.
Tot slot wordt voor de flexibele premieregeling geregeld dat, net als in de solidaire premieregeling al het geval was, gelijke aanpassing van pensioenuitkeringen wordt toegestaan. Binnen de flexibele premieregeling was het mogelijk dat verschillende gepensioneerden een andere jaarlijkse aanpassing van hun pensioenbedrag kregen. Dit was voor een aantal fondsen zowel qua uitvoering als communicatief complex. Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om de pensioenuitkering van de net gepensioneerde in gelijke mate mee te laten bewegen met de pensioenuitkeringen van andere pensioengerechtigden.
NB: In aansluiting op het voorgaande heeft de minister van SZW op 17 december 2025 per brief de Tweede Kamer geïnformeerd over de default vrijwillige voortzetting nabestaandenpensioen. Dat betekent dat de dekking voor het partnerpensioen bij uitdiensttreding van een werknemer automatisch wordt voortgezet, tenzij deze aangeeft hiervan af te zien. Het streven is om in het voorjaar van 2026 de Tweede Kamer nader te informeren over de mogelijkheid van het opnemen van een sectorbrede coulanceregeling. De hiervoor beschreven mogelijke maatregelen worden nader getoetst op (juridische) uitvoerbaarheid en waar mogelijk verder uitgewerkt.
Wet gelijke beloning heeft ook gevolgen voor pensioen
Door: Bülent Çobanoglu
De Europese richtlij n ‘Loontransparantie mannen en vrouwen’, die vanaf 1 januari 2027 in Nederland wordt ingevoerd, verplicht grote werkgevers om loonverschillen tussen mannen en vrouwen te rapporteren. Dit heeft ook gevolgen voor keuzes rond nieuwe pensioenregelingen onder de Wtp. Het overgangsrecht en de compensatie bij afschaffing van leeftij dsafhankelij ke premies kunnen beloningsverschillen creëren tussen bestaande en nieuwe medewerkers, wat vragen oproept over gelij ke behandeling. Ook kiezen werkgevers vaak voor compensatie via het salaris, wat invloed heeft op rapportages over loonverschillen.
Vrijwillige voortzetting pensioenopbouw fiscaal met terugwerkende kracht
Door: Bülent Çobanoglu
Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst (CAP) heeft de vraag beantwoord of vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw fiscaal met terugwerkende kracht mag plaatsvinden.
Casus: De dienstbetrekking van een deelnemer aan een pensioenregeling van een pensioenfonds eindigt op 1 december 2025. Op 1 januari 2026 wordt de pensioenregeling van het pensioenfonds aangepast aan de fiscale kaders van de Wtp. Op 1 april 2026 vraagt de deelnemer vrijwillige voortzetting van zijn pensioenopbouw aan.
Mag de vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw fiscaal met terugwerkende kracht naar 1 december 2025 plaatsvinden? Ja, de vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw mag fiscaal met terugwerkende kracht naar 1 december 2025 plaatsvinden.
In de casus van de vraag betekent dit dat de deelnemer met terugwerkende kracht van 1 december 2025 tot 1 januari 2026 pensioen opbouwt, met toepassing van het fiscale pensioenkader zoals dat toen gold. Vanaf 1 januari 2026 bouwt de deelnemer pensioen op met toepassing van het fiscale pensioenkader van de Wtp.
Voor het antwoord maakt het overigens niet uit of er sprake is van onvrijwillig ontslag met een loongerelateerde uitkering, of van andere situaties van ontslag.
Impactteams in de praktijk
In een recente paneldiscussie spraken onze collega’s van Cardano met bestuurders en senior beleggingsverantwoordelijken van grote Nederlandse pensioenfondsen, en een fiduciair vermogensbeheerder. In dat gesprek werd zichtbaar hoe impactteams deze ontwikkeling in de praktijk vormgeven. Niet in de taal van idealen, maar in de taal van keuzes, beperkingen, kansen en systeemwerking.
Lees het artikel hier.
Webinar Top considerations for DB Plan Sponsors in 2026
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten voor sponsors van defined benefit (DB) regelingen in 2026? Onze experts bespreken dat tijdens ons webinar op 28 januari! Op de agenda:
- Aanpassingen in de beleggingsstrategie voor de huidige marktomstandigheden.
- Nieuwe mogelijkheden voor diversificatie en liquiditeit via opkomende private marktstructuren.
- Innovatieve en mogelijk kosteneffectieve oplossingen voor risicotransfer.
- Gebruik van overschotten en actieve monitoring van regelgeving.
Meld u hier aan voor ons webinar.
Business Leader Pensioenfondsen