Wie niet uitvalt, hoeft ook niet te re-integreren
Psychisch verzuim is al jaren de grootste oorzaak van langdurig werkverzuim in Nederland, en neemt nog altijd toe. Waar organisaties vroeger vooral reageerden op uitval, verschuift de aandacht steeds meer naar preventie. Maar wie denkt dat een goed arbocontract volstaat, onderschat de echte complexiteit van duurzame inzetbaarheid.
Mercer Marsh Benefits begeleidt werkgevers op het snijvlak van verzuim, arbeidsongeschiktheid en zorg- en inkomensverzekeringen. “We focussen op de organisatiestrategie, waarbij we de praktische kant, op dossierniveau, meenemen”, zegt adviseur Bart Mol.
“Hoe zorgen we ervoor dat iemand weer aan de slag kan en ook aan de slag blijft?”
Zijn collega Diana Matena vult aan dat de verschuiving die zij zien bij werkgevers wezenlijk is. “Ze willen niet langer alleen mensen beter maken nadat ze zijn uitgevallen. Ze willen voorkomen dat het zover komt.”
Van curatief naar preventief
Die omslag heeft ook een financiële drijfveer. Vijf procent verzuim betekent vijf procent van het personeelsbestand dat niet productief is. Met de huidige arbeidsmarktkrapte is dat moeilijk op te vangen. “Bedrijven zien steeds vaker in dat het voorkomen van uitval ook een nieuwe manier van werven is”, aldus Mol.
Maar preventie begint bij aandacht en daar schort het nog te vaak aan.
Een leidinggevende die tachtig mensen aanstuurt, kan onmogelijk voor elk van hen signalen van overbelasting tijdig herkennen. Terwijl veel verzuim zijn oorsprong vindt buiten het werk: schulden, mantelzorg, privéproblemen. Cultuur en vertrouwen zijn daarin doorslaggevend.
“Collega’s zeggen achteraf vaak dat ze het eigenlijk al tijden zagen aankomen”, stelt Mol. “We hebben ook onderling een verantwoordelijkheid om dingen bespreekbaar te maken.”
Het stelsel werkt niet meer mee.
Ook als preventie en begeleiding op orde zijn, lopen werkgevers en werknemers tegen een hardnekkig systeem aan. Wie na twee jaar ziekte een WIA-uitkering aanvraagt bij UWV, wacht soms meer dan een jaar op een definitieve beschikking.
Aanvullende verzekeraars keren niet uit op een voorschot – zij zijn UWV volgend.
Het gevolg: werknemers die maandenlang moeten interen op hun spaargeld, terwijl werkgevers dachten alles goed te hebben geregeld. Voor iemand met een hoge hypotheek en een jong gezin kan die onzekerheid mentaal een zware extra last zijn, boven op de kwaal die er al speelde.
Matena en Mol zijn helder over wat er structureel moet veranderen. “Wij zouden graag zien dat het stelsel rondom de WIA vergelijkbaar wordt met hoe de Ziektewet is ingeregeld”, zegt Mol. “Daardoor leg je een stuk van de verantwoordelijkheid terug bij werkgevers. Door de uitvoering laten doen door een organisatie die niet UWV is, kunnen we echt stappen maken. “
Het bedrijf werkt intussen met werkgevers aan beleid dat inzetbaarheid centraal stelt – niet als containerbegrip maar als concrete bedrijfsstrategie. Ook voor de monteur van 57 die nog tien moet werken én voor de jonge medewerker die nu al signalen geeft. “Want uiteindelijk geldt één conclusie: werk is de beste sociale zekerheid.”
Auteurs:
Bart Mol,
Adviseur, Mercer Marsh Benefits
Diana Matena,
Adviseur, Mercer Marsh Benefits