We blijven ons ontwikkelen. Mercer maakt nu deel uit van het nieuwe, uitgebreide Marsh-merk

Het WIA-stelsel kraakt, en de rekening ligt bij werkgevers 

Het sociale zekerheidsstelsel in Nederland staat onder grote druk. De instroom in de WIA blijft stijgen, het UWV loopt vast, en verzekeraars trekken zich mogelijk terug. Wie in dit klimaat alleen maar afwacht, betaalt straks dubbel.

De cijfers zijn bekend, maar verdienen herhaling. Nederland telt structureel een te hoog langdurig verzuim. De WIA-instroom groeit, en het zijn relatief veel jonge mensen die uitvallen; mensen die nog tien, twintig of dertig jaar voor zich hadden op de arbeidsmarkt. Dat is niet alleen een financieel probleem. Het is een menselijk probleem. En het is een organisatieprobleem.

Tegelijkertijd worstelt het UWV met een capaciteitstekort dat de uitvoering van het stelsel ronduit hindert. Medewerkers die na twee jaar ziekte een WIA-uitkering aanvragen, wachten soms meer dan een jaar op een definitieve beschikking. Tot die tijd kan een voorschot worden aangevraagd. Maar verzekeraars keren de verzekerde aanvullingsuitkeringen niet uit op basis van een voorschot, zij volgen UWV. En dus staan werknemers maandenlang met lege handen, terwijl werkgevers ervan overtuigd waren dat ze alles goed hadden geregeld.

Voor iemand met een hoge hypotheek en een jong gezin kan die onzekerheid een extra mentale last zijn, bovenop de kwaal die er al speelt. Dat is niet wat je wilt voor je mensen.

Een stelsel dat zichzelf tegenwerkt

Ondertussen is er politieke beweging. Het coalitieakkoord bevat plannen die grote gevolgen kunnen hebben: verhoging van de AOW-leeftijd, verlaging van de maximale WW-duur, aanpassing van het maximum dagloon, en mogelijk het afschaffen van de IVA, de regeling voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten.

Een deel van die plannen is al ingetrokken. Van andere plannen is de weerstand al voelbaar. Maar de richting is duidelijk: het stelsel moet anders.

Tegelijkertijd is er de 60-plusregeling, waarbij mensen boven de 60 na twee jaar ziekte via een vereenvoudigde beoordeling voor 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt worden verklaard, terwijl dat in niet alle gevallen zo is. Het UWV erkent zelf in de juninota 2026 dat deze maatregel leidt tot een hoger percentage toekenningen. Enerzijds roept het kabinet dat we iedereen keihard nodig hebben op de arbeidsmarkt. Anderzijds laat datzelfde stelsel arbeidspotentieel via een achterdeur uitstromen. Die tegenstelling is niet houdbaar.

Een stelsel dat zichzelf tegenwerkt

De gevolgen van dit alles zijn direct voelbaar voor werkgevers. Verzekeraars (en ze zeggen het openlijk) zijn uiterst terughoudend. Premies zijn het afgelopen jaar fors gestegen, en die trend zet door. Sommige verzekeraars brengen vertraagd verlengingspremies uit. Anderen brengen helemaal geen nieuwe offertes meer uit. De markt van aanbieders is daarmee zeer beperkt.

Voor werkgevers die hun WIA-aanvullingen of WGA-eigenrisicodragerschap willen arrangeren, betekent dit: begin vroeg, wees realistisch over de beschikbare opties, en weet welke risico's je draagt.

De sleutel ligt niet in Den Haag

Ik hoor bij werkgevers regelmatig de verzuchting: "We wachten af wat het kabinet besluit." Dat begrijp ik. De onzekerheid is frustrerend. Maar er is een risico aan die houding verbonden: wie wacht op politieke helderheid, laat de werkelijke oplossing liggen.
De sleutel voor elke werkgever ligt namelijk niet in Den Haag. Die ligt in de eigen organisatie.

Hoe staat het met het verzuim? Welke mensen geven al signalen, maar zijn nog wel aan het werk? Weten leidinggevenden dat te herkennen? En, voelen medewerkers de ruimte om het te bespreken? Want collega's zeggen achteraf maar al te vaak: "Ik zag het eigenlijk al lang aankomen." Preventie is geen HR-begrip. Het is een keuze in cultuur en aandacht.

Vijf procent verzuim betekent vijf procent van je personeelsbestand dat niet productief is. Met de huidige arbeidsmarktkrapte vang je dat nauwelijks op. Steeds meer werkgevers beginnen te beseffen: het voorkomen van uitval is ook een nieuwe manier van werven.

Van containerbegrip naar bedrijfsstrategie

Duurzame inzetbaarheid wordt te vaak gebruikt als containerbegrip. Het staat in het jaarverslag, het figureert in de cao, maar het wordt zelden concreet gemaakt. Wat betekent het voor de monteur van 57 die nog tien jaar moet werken? En voor de jonge medewerker die nu al overbelastingssignalen geeft, maar dat zelf nog niet erkent? Inzetbaarheid moet een concrete bedrijfsstrategie zijn, niet een communicatieboodschap. Dat vereist beleid dat het individu serieus neemt, leidinggevenden die de signalen lezen en tijdig en adequaat handelen, en een verzuimaanpak die gericht is op oorzaken, niet alleen op symptomen.

Wij werken met werkgevers aan beleid dat precies dat doet: de verzuim-, Ziektewet- en WGA-risico's beheersbaar maken, zodat het stelsel minder zwaar belast wordt én medewerkers gezonder en langer inzetbaar blijven. Dat levert financieel voordeel op. Maar het doet ook iets anders: het geeft mensen zekerheid. En zekerheid is de basis van vertrouwen.

Want uiteindelijk geldt één conclusie: werk is de beste sociale zekerheid.

Over de auteur(s)
Bart Mol

Senior Health & Benefits Consultant

Related products for purchase
    Related Solutions
      Related Insights