MercerNieuws Pensioenfondsen Mei 2026
12 mei 2026
Voor u ligt onze periodieke nieuwsbrief MercerNieuws Pensioenfondsen.
Met vriendelijke groet,
Hanneke Hofmans
Business Leader Pensioenfondsen
Podcast-serie: Wegwijs na invaren
Door: Marc Heemskerk
De pensioentransitie is in volle gang. Inmiddels is de helft van Nederland ingevaren en verschuift de aandacht naar uitvoering, governance en de keuzes die nu écht het verschil maken. Daarom lanceren Mercer en Cardano de nieuwe pensioenpodcast “Wegwijs na invaren”. Deze podcast-serie bestaat uit gezamenlijke gesprekken van Roel Mehlkopf en Marc Heemskerk met experts die vanuit verschillende rollen dagelijks met en aan de uitdagingen na invaren werken.
Inmiddels zijn de eerste afleveringen online beschikbaar. In de eerste podcast is financieel journalist Jacob Schoenmaker te gast, met het onderwerp “Pensioen in de media”. Er wordt inzicht gegeven hoe de media berichten over het nieuwe stelsel, hoe frames – zoals het “casinopensioen” – snel ontstaan en hoe bestuurders en pensioenexperts effectiever kunnen omgaan met framing en mediadynamiek.
In de tweede podcast is Michael Visser van het NIBUD te gast. In deze aflevering wordt ingegaan op de bestedingen van gepensioneerden. Wat is er gemiddeld nodig na de pensioendatum en hoe varieert dit met de leeftijd? En is er dan noodzaak voor een geïndexeerd pensioen?
De reeks zal vervolgd worden met gasten Agnes Joseph, pensioenombudsman Jeroen Steenvoorden en pensioenjurist Mark Heemskerk.
Een onmisbare (en vermakelijke) podcast-serie voor iedereen in de pensioensector.
Benieuwd naar inzichten uit de praktijk van het stelsel dat nu draait? Beluister hier de afleveringen.
Column: Beleggingsjaar 2025
Door: Marc Heemskerk
Met treurnis kijken we terug op beleggingsjaar 2025. Het beleggingsjaar was niet goed lees ik op de website van het ABP (-/- 2,9%) en ook buitenlandse pensioenprominenten zoals Keith Ambachtsheer lezen ABP de les: Slechts 4,8% gemiddeld de laatste 10 jaar voor het ABP, waar het grootste Canadese pensioenfonds maar liefst 9,2% behaalde. Wat een knoeiers daar bij het ABP of eigenlijk bij alle Nederlandse pensioenfondsen, die nauwelijks boven de 0% uitkwamen in 2025. Op (sociale) media is dan ook uitbreid te lezen dat men echt beter zelf kan beleggen dan bij zo’n verplichtgesteld pensioenfonds te zitten.
Lezers van deze column zien doorgaans de nuance van deze resultaatsbepaling. We hebben ook te maken met de andere kant van de balans. De benodigde reservering voor pensioenen is aanzienlijk gedaald door de oplopende rente. Op de website van ABP is het overigens ook keurig uitgelegd voor wie het wil lezen. Eigenlijk was het dus een heel mooi beleggingsjaar. Voor wie pensioen te moeilijk vindt een eenvoudige vergelijking: Uw salaris wordt een paar procent verlaagd, maar alle prijzen halveren. Daar wordt u toch blij van?
Helaas bent u als lezer van deze column een minderheid van de bevolking en als begrijpende lezer van deze column een nog kleinere minderheid. Dus wat doen we hier nu aan? Hoe zorgen we dat zowel de gemiddelde als de geëmigreerde Nederlander wat positiever wordt over onze beleggingsprestaties? Welnu, de Wtp biedt ons deze mogelijkheid.
Kijk wat 2025 ons bracht.
Ten eerste een zeer negatief beschermingsrendement door de oplopende rente met meer dan 1%. Maar dit is niet erg, jongeren hebben nauwelijks beschermingsrendement en pensioengerechtigden worden hierdoor niet geraakt. Hun pensioenen blijven immers gewoon op peil.
Ten tweede een zeer positief overrendement. En dit raakt eenieder wel direct. De kapitalen worden hierdoor verhoogd en pensioengerechtigden krijgen hierdoor hun toeslag.
De pensioenimpact voor eenieder wordt dus gestuurd door de risicovolle returnportefeuille die het overrendement genereert en niet door de risicoarme matchingsportefeuille (die beschermingsrendement genereert).
Laten we dus onder Wtp niet meer primair het totale beleggingsresultaat (som van beiden) maar eerst het overrendement communiceren. Het past bij het doorsneebeeld wat een Nederlander heeft van beleggingen. Want welke Nederlander belegt er nu in een staatslening of een spaarrekening, dat zijn toch geen echte beleggingen? Aandelen, vastgoed, crypto’s, dat is het echte werk. Totdat dit weer eens een jaartje omlaag gaat natuurlijk. Dan hadden we hier nooit in moeten beleggen. En zo blijven we toch altijd knoeiers bij pensioenfondsen.
Update: Wetsvoorstel bedrag ineens weer uitgesteld
Door: Bülent Çobanoglu
In onze vorige nieuwsbrief informeerden wij u dat de Eerste Kamerleden het wetsvoorstel inzake het bedrag ineens pas in behandeling willen nemen als de Tweede Kamer duidelijkheid kan bieden over het moment van inwerkingtreding. De wens van de Eerste Kamer was eigenlijk dat de Minister dit wetsvoorstel zou uitstellen tot na de transitie (na 1 januari 2028). De Minister heeft uiteindelijk gehoor gegeven aan de wens van de Eerste Kamer en de ingangsdatum van het wetsvoorstel uitgesteld tot 1 januari 2029.
Vervolgens steunde een ruime meerderheid van de Tweede Kamer een motie om mogelijk te maken dat deelnemers eerder dan 2029 bij pensionering een bedrag ineens kunnen opnemen. De Tweede Kamer vroeg Minister Vijlbrief hierover in gesprek te gaan met pensioenuitvoerders. Volgens de Minister geven de pensioenuitvoerders de voorkeur aan “inwerkingtreding van dit keuzerecht na de transitie”. Volgens de Minister gaat het eerder in laten gaan van het keuzerecht bedrag ineens nu niet samen met de Wtp transitie, onder meer omdat voor dit keuzerecht goede keuzebegeleiding nodig is. De keuze voor een bedrag ineens kan grote (onaangename) financiële gevolgen hebben, zoals het moeten terugbetalen van toeslagen. Een eenmaal gemaakte keuze voor bedrag ineens is namelijk onomkeerbaar.
Het wetsvoorstel “Wet herziening bedrag ineens” wordt dus nu alsnog uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029. Inmiddels is dit wetsvoorstel al acht keer uitgesteld.
Bij het bedrag ineens is het de bedoeling dat personen die met pensioen gaan op dat moment mogen kiezen om maximaal 10% van hun pensioenvermogen in één keer uitbetaald te krijgen.
Update: Ook Eerste Kamer is tegen snellere stijging AOW-leeftijd
Door: Bülent Çobanoglu
Zoals ook in onze vorige nieuwsbrief vermeld, wil het nieuwe kabinet de AOW-leeftijd één-op-één mee laten stijgen met de levensverwachting. Hierdoor zal de AOW-leeftijd sneller stijgen.
Sinds het bekendmaken van het coalitieakkoord, is er van alle kanten weerstand geweest tegen de plannen om de AOW-leeftijd sneller te laten stijgen. Het nieuwe kabinet heeft met de Tweede Kamer afgesproken om naar alternatieven te kijken van de “snelle” verhoging van de AOW-leeftijd. De Eerste Kamer wil echter dat het kabinet de versnelde stijging van de AOW-leeftijd intrekt.
Het is voor het kabinet duidelijk dat de verhoging van de AOW-leeftijd niet op steun kan rekenen in beide Kamers. Dit dwingt het kabinet om te kijken via welke alternatieve routes het doel kan worden gehaald. In de loop van het voorjaar verwacht het kabinet met nieuwe voorstellen te komen.
“Enkele tienduizenden” missen dit jaar compensatie door baanwissel
Door: Bülent Çobanoglu
Volgens Minister Vijlbrief missen dit jaar naar schatting enkele tienduizenden mensen compensatie voor afschaffen van de doorsneesystematiek. Dat schrijft hij in een brief van 24 april 2026 die hij naar de Tweede Kamer stuurde.
In de brief gaat de Minister in op de verschillende werksituaties die van invloed kunnen zijn op het al dan niet ontvangen van compensatie, zoals baanwisselingen, ontslag, verlof of de overstap naar zelfstandig ondernemerschap.
De Minister benadrukt dat compensatie onderdeel is van bredere afspraken die sociale partners maken en per sector kan verschillen. Verder geeft de Minister aan dat goede en tijdige informatie belangrijk is, zodat mensen de pensioengevolgen van een eventuele baanwissel kunnen meewegen en onbedoelde gevolgen voor compensatie kunnen voorkomen. Het ministerie samen met sociale partners en pensioenfondsen moeten ervoor zorgen dat deelnemers zo goed mogelijk geïnformeerd blijven over de gevolgen van keuzes rond de veranderingen in de loopbaan voor hun pensioen en eventuele compensatie. Ook het ministerie zal extra aandacht besteden aan voorlichting over dit onderwerp. Compensatie wordt uitgelegd op de gezamenlijke website van pensioenduidelijkheid.nl.
Wetsvoorstel BAZ (Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen) ingediend
Door: Bülent Çobanoglu
Het nieuwe kabinet heeft op dinsdag 24 maart 2026 het wetsvoorstel “Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen” ingediend bij de Tweede Kamer.
Het kabinet introduceert met dit wetsvoorstel voor zelfstandigen een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV), bedoeld om bij langdurige uitval een basisinkomen te bieden. De publieke verzekering keert circa 70% van het inkomen uit, tot maximaal het minimumloon, en kent een wachttijd van ongeveer één jaar. Zelfstandigen met een private verzekering die aan de gestelde voorwaarden voldoet, kunnen in aanmerking komen voor vrijstelling. Directeur-grootaandeelhouders en enkele andere specifieke groepen vallen buiten de verplichting. Het doel van de regeling is te voorkomen dat onverzekerde zelfstandigen bij arbeidsongeschiktheid moeten terugvallen op de bijstand.
AFM onderzoek naar compliance bij pensioenfondsen
Door: Bülent Çobanoglu
De AFM heeft in maart 2026 een verkennend onderzoek uitgebracht over de vraag hoe pensioenfondsen omgaan met de naleving van normen binnen het gedragstoezicht.
Met de komst van de Wtp heeft de AFM nieuwe toezichttaken gekregen, zoals informatieverstrekking, keuzebegeleiding, het risicopreferentieonderzoek en de omgang met klachten van deelnemers. De AFM heeft voor deze onderwerpen guidance ontwikkeld. Om te verkennen hoe pensioenfondsen hiermee omgaan, sprak AFM hierover met verschillende pensioenfondsen.
In het uitgebrachte rapport doet de AFM een aantal observaties met praktijkvoorbeelden. Daaruit komt naar voren dat de compliancefunctie veel meer kan zijn dan een formele toets op naleving achteraf. In de praktijk kan een compliancefunctie dienen als kritische en onafhankelijke tegenkracht voor het bestuur. Daarmee gaat de compliancefunctie verder dan het zetten van een vinkje en draagt ze bij aan reflectie op het doel van wetgeving en aan de vraag wat de gevolgen van beleid, processen en besluiten zijn voor deelnemers.
Wettelijk is een compliancefunctie voor pensioenfondsen overigens niet verplicht.
DNB onderzoek naar sanctiebeleid pensioenfondsen
Door: Bülent Çobanoglu
DNB gaat ook in 2026 onderzoek doen onder pensioenfondsen naar de naleving van sanctieregelgeving. De Pensioenfederatie attendeert op haar website op de belangrijkste punten uit eerdere onderzoeken:
- opstellen van eigen (sanctie)beleid;
- verkrijgen van inzicht in belangrijke parameters (matchingsparameters/ fuzzyness) bij het uitvoeren van de sanctiescreening;
- verifiëren van de juistheid van processen; en
- (laten) uitvoeren van audits.
DNB voerde in 2024 en 2025 ook een aantal ‘on site’ onderzoeken uit naar de naleving van sanctieregels door pensioenfondsen.
Een werkgroep van de Pensioenfederatie heeft het “Servicedocument Sanctieregelgeving” opgesteld. De aanleiding hiervan was de ontwikkeling binnen de Europese Unie rond het anti-witwassen en het voorkomen van financiering van terrorisme. Verder bleek in de praktijk dat toezichthouders vragen stelden die niet in de “Handreiking Sanctieregelgeving Pensioenfondsen” van DNB waren opgenomen. Het Servicedocument benadrukt de risico-gebaseerde aanpak om tot de invulling van het begrip “relatie” uit de Sanctieregelgeving te komen.
Geschilleninstantie Pensioenfondsen: Bij uitstel van de pensioendatum schuift het verevend pensioen van de ex-partner ook op
Door: Bülent Çobanoglu
Onlangs heeft de geschillencommissie van GIP een uitspraak gedaan over de gevolgen van uitstel van de pensioendatum voor het te betalen vereveningsdeel aan de ex-partner. De deelnemer in casu kiest ervoor zijn pensioeningang met twee jaar uit te stellen van 2025 naar 2027. Volgens de “Wet verevening pensioenrechten bij scheiding” en conform het pensioenreglement van het betreffende pensioenfonds betekent dit dat betaling van het vereveningsdeel van het pensioen ook twee jaar later ingaat.
De ex-partner beroept zich op een brief van het pensioenfonds waarin onvoorwaardelijk staat dat het vereveningspensioen vanaf 2025 wordt toegekend. De ex-partner kan echter geen rechten ontlenen aan deze brief, omdat het pensioenreglement bepalend is en er onvoldoende gronden zijn om bescherming te verlenen aan vertrouwen dat aan de brief zou kunnen worden ontleend. De dag na de brief is een nieuwe brief verzonden met informatie over het uitstel van de pensioendatum en er is hierdoor voor de ex-partner geen financieel nadeel.
Deze uitspraak van de GIP is volgens de standaardrechtspraak: Het pensioenreglement is bepalend en niet informatie/communicatie. Als aan de informatie vertrouwen moet worden ontleend, dan moet dat gerechtvaardigd zijn en de betrokkene moet een financieel nadeel lijden als het vertrouwen niet wordt gehonoreerd. Dat is bij deze zaak niet het geval. .
College voor de Rechten van de Mens: Is er sprake van leeftijdsdiscriminatie bij keuze voor spreidingstermijn van 10 jaar in nieuw pensioenstelsel?
Op 4 maart 2026 deed het College voor de Rechten van de Mens uitspraak in een zaak tussen een vereniging van gepensioneerden (vereniging) en een pensioenfonds. De vereniging stelt dat het pensioenfonds, door gebruik te maken van een spreidingstermijn van 10 jaar bij het omzetten van de pensioenregeling naar het nieuwe pensioenstelsel verboden onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt.
Oudere deelnemers zouden benadeeld worden ten opzichte van jongere deelnemers, omdat ze naar verwachting minder jaren hebben om te kunnen profiteren van de verdeling van het vermogen.
Het College stelt vast dat geen sprake is van direct onderscheid op grond van leeftijd. De regeling verwijst immers niet expliciet naar leeftijd. Wel is sprake van indirect onderscheid. De gekozen berekeningsmethode treft oudere deelnemers in de praktijk namelijk relatief zwaarder dan jongere deelnemers. Het College onderzoekt vervolgens of er een objectieve rechtvaardiging bestaat voor dit onderscheid op grond van leeftijd. Het pensioenfonds streeft met de keuze voor de (wettelijke) spreidingstermijn een legitiem doel na, namelijk een evenwichtige verdeling van het pensioenvermogen bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. De gekozen termijn is passend voor het bereiken van dit doel. Er is bovendien geen ander middel waarmee het doel ook kan worden bereikt en waarmee geen dan wel minder bezwarend onderscheid wordt gemaakt.
Business Leader Pensioenfondsen